|
Tarieven
- De tarieven voor een sportmedisch geschiktheidsonderzoek (licentie) en een inspanningstest vallen niet onder de prestaties die door de mutualiteit worden terugbetaald.
- In samenspraak met SKA (Sport- en KeuringsArtsen) werden de volgende tarieven afgesproken:
- sportmedisch geschiktheidsonderzoek (licentie): 50 euro (zonder ECG) - 70 euro (met ECG) - inspanningstest zonder lactaatbepaling: 100 euro - inspanningstest met lactaatbepaling: 120 euro
- Inspanningstest met ergospirometrie: 120 euro
Het sportmedisch onderzoek en de inspanningsproef
Een basis sportmedisch onderzoek bestaat uit een grondige ondervraging en klinisch onderzoek (locomotorisch, hart, longen, bloedvaten, biometrie, vetpercentages), een spirometrie (longfunctieonderzoek) eventueel aangevuld met een bloedonderzoek (of een recent meegebracht bloedonderzoek) en een rust ECG (film van het hart). Dit alles gebeurt via het protocol van het VASO platform. Het onderzoek wordt eventueel vervolledigd met een inspanningstest met lactaatmeting. Zeker bij duursporten geeft dit een zeer goed beeld van de conditie en kunnen we van daaruit een trainingsschema met de hartslagmeter opstellen. Een inspanningsproef meet de arbeidscapaciteit. Hierdoor krijgt men een idee over het uithoudings- en weerstandsvermogen en kunnen gelijktijdig eventuele hartproblemen (ritmestoomissen, kransslagaderproblemen,...) worden opgespoord.
De inspanningsproef gebeurt op een fietsergometer:
- Op de fietsergometer is het gemakkelijk om het elektrocardiogram, de bloeddruk en eventueel
zelfs het melkzuurgehalte (lactaat) in het bloed tijdens de inspanning te volgen.
- Op een fietsergometer gebruikt men net zoals op de loopband grote spiergroepen. De test wordt
daarom gebruikt als evaluatie voor het algemeen uithoudingsvermogen.
Verloop van de test : De arts begint met het stellen van een aantal vragen en voert een lichamelijk onderzoek in rust uit waarbij de longen en het hart beluisterd worden, de bloeddruk, lichaamsgewicht en lengte en eventueel zelfs het vetpercentage gemeten worden. Vervolgens neemt men plaats op de fiets en worden zadel- en stuurhoogte afgesteld. Er worden elektroden geplaatst om het inspanningselektrocardiogram te nemen en een manchet om de bloeddruk te volgen. Indien men een melkzuurcurve wenst, krijgt men een klein prikje in de oorlel. Daarna begint men te fietsen aan 70 tot 100 trapomwentelingen per minuut. De belasting (in Watt) wordt volgens de leeftijd en het geslacht opgevoerd. Men fietst tot uitputting waarna nog een drie tot vijf minuten wordt uitgefietst aan een lage belasting (cooling down).
|